Boogschutters
konden een beslissende rol spelen in veldslagen. Een beroemd voorbeeld
hiervan is de slag van Azincourt in 1415 tijdens de 100 jarige oorlog.
Engelse boogschutters speelden een beslissende rol. Minstens 5.000
schutters schoten 12 tot 15 pijlen per minuut. Een pijlenstorm van
60.000 pijlen per minuut tegen een overmacht. Kruisboogschutters
konden een dergelijke schietsnelheid niet bereiken en veel later toen
al buskruit buksen bestonden was de handboog nog steeds
effectiever. Alleen het verkrijgen van een goede vaardigheid om
met een zware handboog te schieten kost enkele jaren training, terwijl
iedereen binnen enkele weken met buskruit of met een kruisboog overweg
kan. Aan het einde van de Middeleeuwen verdween dan ook de handboog als
wapen.
|